DOGS AND SPORTS


Gedrag en Opvoeding

Gedrag en opvoeding hangen nauw samen. Om een hond goed te kunnen begeleiden in zijn opvoeding dien je als geleider je hond goed te kunnen lezen. Wat doet mijn hond en waarom. Wat laat hij aan lichaamstaal zien en hoe reageer ik daarop. Onderstaande artikelen zullen eventueel een licht werpen op enkele zaken.

Leuke sites met artikelen over opvoeding;
K9s
Uw Hond 
LICG over houden van huisdieren
Hondenschool Delta


 

Wat is gedragsbegeleiding of gedragstherapie bij honden?

 

Gedragstherapie bij honden kan helpen in alle gevallen waar het gedrag van uw hond een probleem is voor uzelf of voor uw hond. 

 

 

 Gedragstherapie kan helpen bij;

 

  • Angst voor geluiden
  • Angst voor andere honden
  • Angst voor kinderen
  • Agressieproblemen
  • Controleproblemen
  • Conflicten tussen honden uit hetzelfde gezin
  • Niet alleen thuis kunnen blijven
  • verlatingsangst
  • Onzindelijkheid
  • Nervositeit / overactiviteit
  • Najagen van fietsers / joggers /voertuigen
  • Jagen op vee of wild
  • Slopen
  • Verdedigen van voerbak en / of speeltjes

Hoe werkt een gedragsbegeleider of gedragstherapeut?

 

 

Een gedragsbegeleider of gedragstherapeut bij honden werkt op basis van diagnose. Verzamelen van informatie over het ongewenste gedrag, dus hoe (aanleiding voor het gedrag) en het waarom (de onderliggende motivatie van de hond) van het ongewenste gedrag; ook het uitvragen van het ongewenste gedrag zijn belangrijke hulpmiddelen om de diagnose te kunnen stellen.

Bij het verzamelen van die informatie is een vragenlijst, een gesprek met de eigenaar en de observatie van de hond essentieel. Het maken van videobeelden kan een goede aanvulling zijn. Een en ander vindt plaats tijdens een consult bij u thuis of op een andere locatie zoals b.v. een hondenschool.

 

Omdat een gedragstherapeut werkt op basis van diagnose zal hij / zij bij gebrek aan voldoende informatie terughoudend zijn met het geven van tips, bijvoorbeeld door de telefoon.

 

De gedragstherapeut geeft u inzicht in het ongewenste gedrag van uw hond. Er wordt in overleg met u een plan van aanpak met u uitgewerktwaarmee u aan het werk gaat. Het is belangrijk om na het consult regelmatig contact op te nemen met de gedragstherapeut zodat  het verloop van het proces kan worden begeleid.

 

NB: Gedragstherapie bij honden is geen beschermd beroep. Vraag altijd of degene die u om hulp vraagt kan aantonen dat hij / zij een opleideing tot gedragstherapeut heeft gevolgd.

 

Wat is het doel van gedragsbegeleiding?

 

Het doel van gedragsbegeleiding is om het ongewenste gedrag van uw hond te veranderen. Soms denken mensen dat door gedragstherapie het karakter van de hond verandert, maar dat is niet het geval. Gedragstherapie kan niet uw hond veranderen, het kan uw hond wel aanleren on anders met zijn / haar omgeving om te gaan.

Wacht niet te lang met het inschakelen van deskundige hulp als u zich ergert of radeloos voelt over het gedrag van uw hond. Hoe sneller, ander, gewenst, gedrag wordt aangeleerd des te groter de kans op succes.

 

Waar vindt u een gedragsdeskundige of gedragstherapeut?

 

U kunt adressen van gedragsdeskundigen opvragen bij;

www.hondenopvoeding.nl

www.alphagedragstherapeuten.nl

 

Gedragsbegeleiding - Tarieven

 

Een consult voor gedragsbegeleiding vindt bij voorkeur bij u thuis plaats. De kilometervergoeding wordt individueel afgesproken. Onderstaande tarieven zijn gemiddelden.

  • Eerste consult (1 a 1,5 uur) : 55 euro
  • Eerste consult (+ 1,5 uur)  : 75 euro
  • Vervolgconsult: 30 euro


Kalmerende- of conflictvermijdende signalen.

Het begrip kalmerende signalen is nog niet erg bekend bij hondenbezitters, zelfs veel hondentrainers kennen het niet. Wolvenonderzoekers schrijven er al jaren over. De reden kan zijn dat lichaamstaal bij wolven veel duidelijker te zien is en die kalmerende signalen bij honden nooit zijn opgevallen. Toch geven ook onze huishonden kalmerende signalen, naar soortgenoten en ook naar ons mensen. Het kennen en waarnemen van kalmerende signalen is erg belangrijk om goed met je hond om te gaan.

 

Voor wolven is rust binnen de roedel een noodzaak; de dieren zijn afhankelijk van elkaar. Gevechten binnen een roedel geven verwondingen en stress. Dit zou het voortbestaan van de roedel in gevaar kunnen brengen. Om conflicten te vermijden, geven wolven bij onderlinge ontmoetingen elkaar kalmerende signalen. Bij honden ontstaan er onderling wel eens misverstanden; dit komt door de vele variaties in lichaamsbouw, zoals de vele verschillende staarten, oren, standen van ogen en dergelijke. Ook het te vroeg weghalen van pups bij hun moeder of het slecht socialiseren van jonge honden dragen bij aan een slecht gesocialiseerde hond. Gelukkig verlopen de meeste ontmoetingen zonder problemen. Aangelijnde honden worden ook belemmerd in hun communicatie en bovendien hebben zij geen mogelijkheid om te vluchten (honden kiezen liever voor vluchten dan vechten). Om die reden zijn aangelijnde honden eerder geneigd tot vechten dan loslopende honden.

 

Kalmerende signalen zijn voor een groot deel instinctmatig. Dit gedrag zit in de genen opgeslagen en hoeft dus niet aangeleerd te worden.  Dit gedrag wordt door goede socialisatie verbeterd, maar kan door slechte ervaringen onderdrukt worden. Het gevolg is dan dat de hond moeite heeft in de omgang met andere honden. Oorzaken kunnen zijn een slechte ontmoeting met een slecht gesocialiseerde hond (het onderwerp socialisatie komt later aan de orde) of kan veroorzaakt worden door mensen. Honden die kalmerende signalen (richting mensen) geven en op dat moment worden gestraft, zullen die signalen gaan onderdrukken omdat deze juist straf opleveren (terwijl die signalen juist bedoeld waren om de mens te sussen). Helaas wordt deze fout maar al te vaak gemaakt, zelfs door zichzelf deskundig noemende trainers. Maar al te vaak worden tijdens trainingen honden gestraft omdat ze een oefening niet snel genoeg uitvoeren, terwijl deze honden kalmerende signalen geven omdat ze uit ervaring weten dat ze tijdens oefeningen straf krijgen. Deze honden geven kalmerende signalen om straf te voorkomen, maar krijgen juist om die reden straf. Dit omdat mensen denken dat de hond de oefening niet uitvoert omdat hij een loopje met hen zou nemen omdat hij niet ver genoeg onderaan de rangorde zou staan. Het is dan ook wel begrijpelijk dat uit onderzoeken van Hiby vast is komen te staan dat honden die zonder straf opgevoed worden veel gehoorzamer zijn. Deze honden voeren het gevraagde commando direct uit en vinden het niet nodig eerst (kalmerende) signalen af te geven om straf te voorkomen.

 

 

Kalmerende signalen zijn:

  • Tongelen: De honOgen wegdraaiend likt snel met zijn tong de lippen of de neus. Vaak gebruikt de hond dit bij straf (of als hij/zij straf verwacht) of als er een andere hond nadert.
  • Poot heffen: De hond tilt een van zijn voorpoten op, maar hij wil je dus niet een pootje geven zoals veel mensen denken, maar voelt zich op een of andere manier bedreigd.
  • Gapen: Meestal gaapt de hond niet omdat hij lui is. Let daarom ook op de prikkels die hij uit de omgeving krijgt.
  • Kop afwenden: Bij ontmoetingen met andere honden of mensen draait de hond de kop weg. Dit om anderen te kalmeren.
  • Ogen wegdraaien: De hond zal zijn ogen snel bewegen als hij zijn kop niet kan afwenden omdat die vastgehouden wordt.
  • Zachtaardig kijken: De hond kijkt schuin naar beneden en laat de oogleden iets zakken zodat hij een zachte uitdrukking krijgt.
  • In een boog ergens naar toe lopen: Met een wijde boog loopt de hond ergens naartoe. Op deze manier kan een hond een ander dichter benaderen zonder dat de ander zich bedreigd voelt. Honden doen dit ook bij mensen of dingen waar ze iets angstig voor zijn.
  • Tempo vertragen: Dit doet de hond als hij zich bedreigd voelt.
  • Bevriezen of verstijven: Dit gebeurt vaak als de hond door een andere hond besnuffeld wordt, ook als de hond zwaar of veelvuldig wordt gestraft.
  • Zitten of liggen: De hond doet dit vaak met de rug of kont richting de bedreiging.
  • Oversprong gedrag: De hond gaat iets doen wat niets met de situatie te maken lijkt te hebben, bijvoorbeeld plotseling geïnteresseerd rondsnuffelen of plotseling met een stok spelen. Hij probeert op deze manier duidelijk te maken niets met de situatie te maken te willen hebben.
  • Kwispelen: Mensen denken dat een kwispelende hond vrolijk is, maar dat is niet altijd zo. Kwispelen is een uiting van emotie. Let daarom ook op de andere signalen die de hond geeft; een strakke kwispel duidt vaak op een kalmerend signaal.
  • Spelboog: Met de achterhand omhoog, de voorhand omlaag en een gebogen rug geeft de hond aan dat hij geen kwade bedoelingen heeft, maar de ander probeert uit te lokken tot spel.
  • Urineren: Bij jonge honden komt het zogenaamde deemoedsplasje vaak voor.

Een filmpje met een voorbeeld van kalmerende signalen: http://www.youtube.com/watch?v=pG58qU7fHzQ
 

Wat kunt u zelf met kalmerende signalen?

De meeste van deze signalen zijn goed door ons uit te voeren. Ga agressieve honden nooit bestraffen, agressie vergelden met agressie verhoogt alleen maar de agressie. Beter is het kalmerende signalen te geven; honden die op deze manier benaderd worden, zullen minder snel tot agressie overgaan. Als een hond een opdracht niet goed uitvoert, bestraf hem dan niet. De oorzaak kan zijn dat hij de opdracht nog  onvoldoende beheerst of hij geeft misschien wel een aantal kalmerende signalen omdat de situatie voor hem iets te gestresst is. Honden vinden het bedreigend wanneer ze recht in de ogen gekeken worden. Mensen vinden dit ook niet prettig, het is daarom ook moeilijk iemand lang in de ogen te kijken. Gevechten tussen honden onderling beginnen meestal met direct oogcontact. Daarom vermijden honden oogcontact door hun kop af te wenden, hun ogen weg te draaien of zachtaardig te gaan kijken. 

 

Stress

Als de omgeving van de hond niet meer voorspelbaar en beheersbaar is - hij kan dus geen invloed meer uitoefenen op wat er om hem heen gebeurt - ondervindt de hond stress. Een beetje stress is geen probleem, maar is er teveel stress, dan kan dat leiden tot lichamelijke en geestelijke aandoeningen. Honden komen vaak in stressvolle situaties terecht doordat zich voor hen onbekende situaties voordoen. Dat komt mede door de drukke maatschappij, maar vaak wordt de stress ook veroorzaakt door de eigenaar omdat deze te hoge (trainings)eisen stelt aan de hond. Stress komt vaker voor bij trainingen die op straf gebaseerd zijn. Men spreekt van een (over)gestresste hond als hij in korte tijd 3 stresssignalen laat zien of een bepaald stresssignaal achter elkaar veel vertoont. Veel stresssignalen komen overeen met de hiervoor genoemde kalmerende signalen. Dat is te verklaren omdat kalmerende signalen ook als doel hebben de hond zelf te kalmeren. Bij honden die gestresst zijn, is er een grote kans op angstagressie. Bijtincidenten kunnen worden voorkomen door op deze signalen te letten en daar op de juiste manier naar te handelen. Dat houdt o.a. in dat men direct oogcontact moet vermijden en niet recht op de hond af moet lopen. Zelf kalmerende signalen geven, kan het stressniveau van de hond laten dalen.

 

Stress signalen zijn:

  • Gapen: Dit is dus niet omdat de hond lui is.
  • Hijgen: Overdreven hijgen terwijl het niet warm is of de hond zich heeft ingespannen.
  • Uitschudden: Het uitschudden van de vacht terwijl deze niet nat is.
  • Trillen: Bibberen van angst.
  • Poot heffen: Een van zijn voorpoten optillen, soms wordt links en rechts afgewisseld. Vaak wordt dan gezegd: leuk, hij wil een pootje geven, maar dat is niet het geval. Een hond geeft alleen uit zichzelf een pootje als hem dat aangeleerd is.
  • Tong uitsteken/ bek aflikken: Soms laat de hond even een klein stukje van zijn tong zien, maar soms likt hij ook zijn hele bek af en zelfs zijn neus.
  • Smakken: De hond maakt smakkende geluiden met zijn lippen.
  • Kwispelen: Een misverstand is dat een kwispelende hond altijd blij is, dit is dus niet zo. Kwispelen is een uiting van emotie en bij stress is dat meestal een strakke kwispel.
  • Oversprong snuffelen: De hond lijkt plotseling ergens in geïnteresseerd te zijn om zijn spanning weg te laten vloeien.
  • Zich krabben: Dit ziet men ook vaak als er op een harde manier wordt getraind.
  • Bevriezen: Als het stressniveau heel hoog is. Dit gedrag komt vaak voor bij harde trainingen en wordt helaas vaak niet begrepen.
  • Hoge geluiden: Piepen, janken en (op hoge toon) blaffen.
  • Druk bewegen: De hond loopt rusteloos heen en weer.
  • Borstelen: De rug- en nekharen gaan overeind staan. Honden borstelen dus niet alleen uit dominantie.
  • Haaruitval: Dit komt het meest voor bij de dierenarts en op het trainingsveld. Na de stressvolle situatie is de haaruitval ook weer voorbij.
  • Grote pupillen
  • Kwijlen
  • Knipperen met de ogen of wegkijken
  • Overmatig water drinken
  • Urineren

Opspringen tegen mensen 

Bron van onderstaande tekst: http://www.dogweb.nl/gedrag/opspring.html

Opspringen tegen mensen is normaal honds gedrag, met een aangeboren en een aangeleerde factor. De aangeboren factor is de natuurlijke neiging om te begroeten door neus- en bekcontact. Jonge pups likken naar en zelfs ín de bek van hun moeder en andere volwassen honden. Met dit gedrag tonen ze vriendschappelijke onderdanigheid èn bedelen ze om voer. De moederhond geeft (soms) als reactie op het naar de bek likken voorverteerd voer op voor haar jongen. De drang om (met bek en tong) contact te willen maken met uw gezicht (of het gezicht van iemand anders) heeft dus een natuurlijke achtergrond.

De aangeleerde factor betreft het feit dat honden vaak ervaren dat opspringen belonend werkt. Het resultaat van opspringen is namelijk meestal - zeker wanneer een pup dit doet - aandacht en liefkozingen. Jong geleerd is oud gedaan!

Als u de hond het opspringen wilt afleren, zult u de hond moeten laten ervaren dat opspringen geen succes heeft. Dus als hij opspringt om aandacht te krijgen, krijgt hij juist geen aandacht! Geen aandacht betekent ook de hond niet van u afduwen. Wanneer u dat doet ‘gunt’ u de hond stevig lichamelijk contact met u. En dat is precies wat hij wil.

Het afleren van probleemgedrag door de hond consequent geen succes te laten hebben wanneer hij het betreffende gedrag vertoont heet uitdoven. Wanneer u deze techniek wilt toepassen om uw hond bijvoorbeeld opspringen af te leren, dan is het goed om te weten dat bij uitdoving in eerste instantie het probleem zal verergeren! Bij mensen werkt dit ook zo. Stelt u zich voor dat u op de tiende verdieping van een flatgebouw woont. Het flatgebouw heeft een lift. Als reactie op uw gedrag “op het knopje LIFT drukken”, gaat altijd het lampje branden en na enige tijd komt de lift. Wanneer nu de lift kapot is, dus uw gedrag “op het knopje LIFT drukken” heeft ineens geen effect meer, dan zult u waarschijnlijk de neiging hebben om nog vele malen en telkens harder op het knopje te drukken! De kans is groot dat u op de knop gaat slaan...

Pas wanneer blijkt (na dagen- of zelfs wekenlang blijven proberen) dat vanaf dat eerste moment de lift nooit meer komt wanneer u op het knopje drukt, dan zult u het uiteindelijk opgeven.

Er is nog een effect van de uitdovingsmethode waarmee u rekening moet houden. Dat is dat wanneer u niet volledig consequent handelt, u dan waarschijnlijk het probleem verergert in plaats van dat u het wegtraint. Immers: wanneer het opspringen van de hond soms wel en soms niet met aandacht wordt beloond, dan past u intervalbeloning toe. Intervalbeloning (dat wil zeggen dat de hond van te voren niet weet of hij die keer wel of niet beloond zal worden en in welke mate), werkt motiverend. De hond zal iedere keer uitproberen of zijn opspringen nu wel het gewenste succes heeft.

De uitdovingsmethode werkt op zijn best wanneer u niet alleen het probleemgevende gedrag niet langer succesvol laat zijn, maar daarnaast en gelijktijdig alternatief gedrag intraint. Als voorbeeld weer de niet meer werkende liftknop: als u er achter zou komen dat het drukken op de liftknop niet meer werkt, maar dat de lift wél komt wanneer u aan de portier vraagt om de lift voor u op te halen, dan zou u het gedrag “drukken op liftknop” heel snel afleren. Dus als u door middel van uitdoving uw hond wilt afleren om op te springen, dan werkt dat beter en sneller wanneer u hem gelijktijdig een succesvol alternatief aanbiedt. Leer de hond bijvoorbeeld dat hij wél volop aandacht krijgt zodra hij ZIT.

Een goed werkzame "therapie" om opspringen af te leren is dus:

1.      Sta stokstijf stil en negeer de hond zodra hij opspringt. Geef in de aanleerfase wel (één maal) het commando ZIT. Vanzelfsprekend moet uw hond het opvolgen van het commando ZIT voor deze oefening al wel goed beheersen.
2.      Leer de hond dat u hem volop (positieve) aandacht geeft zodra hij gaat zitten in die situaties waarin hij gewend was om tegen u op te springen (bijvoorbeeld wanneer u thuiskomt na te zijn weggeweest).
3.      Werk toe naar de gewoonte van uw hond dat hij automatisch (dus zonder dat u daartoe een commando geeft) gaat zitten wanneer hij u wil begroeten. In de aanleerfase geeft u altijd direct (één maal) het commando ZIT zodra de hond opspringt en u dus stokstijf stilstaat. Zodra de hond telkens vlot op uw commando reageert, gaat u proberen of de hond uit zichzelf gaat zitten wanneer u stokstijf stil gaat staan zónder dat u een commando geeft. In de laatste fase moet de hond (bij u) gaan zitten als automatische reactie op uw thuiskomst en zijn wens om door u begroet te worden.
4.      Het afleren van het opspringen tegen andere mensen dan u en uw eventuele huisgenoten werkt op precies dezelfde wijze. Vraag aan iemand tegen wie de hond normaal gesproken opspringt om u te helpen de hond op deze wijze te trainen. Het maakt niet uit of u of “de bezoeker” in de beginfase het commando ZIT geeft. De hond wordt door u beiden beloond zodra hij daadwerkelijk zit

Spelen met je hond
 

Bron van de tekst hieronder: http://www.dogweb.nl/gedrag/spel.html

 

Spelen met honden kan veel doelen dienen

  • spel kan een bron van plezier zijn voor u en uw hond
  • spel is een "uitlaatklep" voor (u en) de hond; opgebouwde spanningen worden afgereageerd
  • spel voorkomt verveling en daaruit voortkomend probleemgedrag
  • spel verstevigt de band tussen baas en hond
  • spel kan een manier zijn om door het stellen van bepaalde regels aan uw hond te bevestigen dat u de baas bent over hem
  • door middel van spel kan worden voorzien in de behoefte aan lichaamsbeweging van (u en) de hond en in de behoefte om te jagen en te knagen
  • als uw hond eenmaal enthousiast is voor bepaalde spelletjes dan kunt u dit spel gebruiken om de hond te stimuleren tot en te belonen voor gehoorzaamheid
  • wanneer uw hond onzeker of angstig is in bepaalde situaties, dan kunt u hem deze onzekerheid laten overwinnen door in deze situaties gebruik te maken van spel (de hond moet dan wel echt gek zijn op het spelletje en de onzekerheid kan alleen stapje voor stapje overwonnen worden)
  • wanneer u vaak spelletjes speelt met uw hond tijdens het wandelen dan helpt dit om de aandacht van uw hond op u gericht te houden

De allerbelangrijkste spelregel is dat het initiatief om te gaan spelen én het initiatief om het spel te beëindigen van u komt en niet van de hond. Immers: u als leider bepaalt wat er wanneer gebeurt.

Spelletjes voor baas en hond

Er zijn verschillende soorten spel die u met honden kunt spelen. De meeste honden hebben afhankelijk van hun ras en temperament specifieke voorkeur voor een bepaald soort spel.

"Jachtspelletjes"

Hieronder vallen alle soorten spel waarin de hond een "prooi" (balletje, piepbeest enzovoort) achtervolgt, vangt, zoekt en/of apporteert. Wanneer uw hond (nog) niet gek is op een balletje of iets dergelijks maar u zou hem dit graag leren, dan wil het nog al eens helpen wanneer u een tijd lang uw hond uitdaagt met een balletje zonder het hem te geven. Laat hem telkens zien dat u een balletje hebt, gooi het omhoog en vang het weer op, beweeg het voor de hond heen en weer en jut de hond op door heel opgewonden te doen over het balletje. Telkens als de hond enige belangstelling toont, prijst u hem maar u geeft hem het balletje niet! Blijf hem er mee uitdagen; laat hem merken dat u het balletje leuk en spannend vindt en dat "het lekker toch van ú is". Pas als de hond iedere keer opgewonden reageert wanneer u het balletje pakt en niets anders lijkt te willen dan het balletje te pakken krijgen, dan gooit u het een keer een klein stukje voor hem weg. Gaat de hond er achteraan maak er dan meteen een groot feest van, rent de hond niet achter het balletje aan dan doet u dat zelf (pak het weer op waarbij u de hond weer uitdaagt dat het balletje weer "lekker van ú is"). Beëindig het spel al heel snel en berg het balletje weer op, ver voordat de hond er genoeg van krijgt. Bij honden die balletjes helemaal niet interessant vinden kan het best een paar weken duren voordat de hond (letterlijk) toehapt, maar de aanhouder wint!

"Vecht- en krachtspelletjes"

Bij dit soort spel kunt u denken aan "touwtrekken" met de hond en aan stoeien zonder speeltje. Heel belangrijk bij dit soort spelletjes is dat u ten alle tijde de controle houdt over de hond en het spel. Honden onderling doen dit soort spelletjes als een vorm van krachtmeting: wie is de sterkste en dus hoger in rang. Leer uw hond dat hij ook tijdens stoeispelletjes respect moet tonen voor u, dat wil zeggen dat hij absoluut niet zijn tanden zo mag gebruiken dat hij u zeer doet en dat hij zijn poten niet zo mag gebruiken dat hij u omver springt! De meest effectieve manier om hem dit te leren is de volgende. Zodra uw hond tijdens spel te hard bijt of u omver springt, roept u heel hard AU!! en u draait zich direct om en stopt met spelen. Wees overduidelijk beledigd (maar niet echt kwaad). Na één of twee minuten nodigt u de hond weer uit om verder te spelen. Als dit niet voldoende indruk op hem maakt, dan draait u zich niet alleen om maar loopt u ook de kamer uit (en laat de hond achter). Na circa 1 minuut hervat u op uw initiatief het spelletje. Blijf consequent AU! roepen en stop (even) demonstratief met spelen zodra hij weer te hard bijt (ook bij een beetje te hard). Wanneer u dit consequent toepast zal uw hond al snel leren dat de directe gevolgen van bijten en/of springen voor hem niet leuk zijn, en dus leert hij dit gedrag al snel af!

Honden met een dominant karakter kunt u beter niet uitnodigen tot een kracht- of vechtspelletje, tenzij u heel zeker bent van uw zaak.

"Zoekspelletjes"

Veel honden vinden het prachtig om te speuren. U kunt een favoriet speeltje of u zelf of een huisgenoot verstoppen. Maak de oefening in het begin weer gemakkelijk en geleidelijk aan moeilijker.

Het is ook mogelijk om uw hond te leren verschillende voorwerpen bij hun naam te kennen en op uw commando het juiste voorwerp te zoeken. Hiertoe moet de hond eerst kunnen apporteren (tenzij u het voldoende vindt dat de hond het juiste voorwerp alleen “aanwijst” en hij het dus niet hoeft te brengen). Begin met één voorwerp waarvan u denkt dat de hond er wel interesse voor heeft, bijvoorbeeld een krant, een bal, een piepbeestje. Houdt het voorwerp eerst in uw hand en click en beloon voor iedere keer dat de hond het voorwerp aanraakt met zijn neus en/of het vastpakt. Leg het voorwerp dan op de grond, eerst vlakbij en later steeds verder weg, en click en beloon weer voor aanraken / vastpakken. Als de hond zover is dat hij dit gedrag iedere keer herhaalt, geef het gedrag dan een naam / commando (bijvoorbeeld ZOEK DE KRANT). Nu beloont u het aanraken / vastpakken van het voorwerp alleen nog maar iedere keer dat de hond het doet nadat u het commando gegeven heeft. Als dit goed gaat begint u met een tweede voorwerp (houd het eerste voorwerp weg). Als de hond ook met dit nieuwe voorwerp het gedrag en het bijbehorende commando goed beheerst, pakt u beide voorwerpen. Als u bijvoorbeeld getraind heeft met een bal en een piepbeest, dan zegt u bijvoorbeeld ZOEK DE BAL. Pakt de hond nu het goede voorwerp dan clickt u en beloont u hem natuurlijk uitbundig. Pakt de hond het andere voorwerp (in dit geval het piepbeest), dan negeert u dat gedrag en u moedigt de hond aan om alsnog het goede voorwerp te pakken. Naarmate u vaker oefent zal uw hond steeds vaker zonder fouten te maken het gevraagde voorwerp halen of aanwijzen. Het aantal voorwerpen dat u de hond bij naam leert kennen is natuurlijk onbeperkt en alleen afhankelijk van uw geduld en de tijd die u in de training wilt steken. U zult beslist indruk maken wanneer u aan vrienden demonstreert hoe uw hond uit een hele stapel voorwerpen precies de juiste kan aanwijzen of ophalen!

Spelletjes voor de hond alleen

Het is verstandig om speeltjes waarmee u samen met de hond speelt en speeltjes waarmee de hond zich alleen kan en mag vermaken (ten dele) gescheiden te houden. Zo blijven de speeltjes die u in uw bezit houdt en alleen tevoorschijn haalt als u ermee met de hond gaat spelen extra spannend. Bovendien kunt u dan ook de wat meer kwetsbare speeltjes gebruiken, die stuk zouden gaan en gevaar op zouden kunnen leveren voor de hond wanneer hij er zonder uw toezicht op zou kauwen (bijvoorbeeld allerlei kunststof piepbeestjes).

Wanneer u een dominante / bezitterige hond heeft dan is het verstandig om altijd alle speeltjes op te ruimen, buiten het bereik van de hond. Hij mag alleen met een speeltje spelen als u hem dat speeltje even "uitleent". Zo legt u er de nadruk op dat het úw speeltjes zijn en niet de zijne! Wil de hond het speeltje niet meer aan u afgeven en verdedigt hij het met agressie, neem de uitdaging dan niet aan! Wacht gewoon totdat de hond zijn interesse in het speeltje verloren heeft en berg het daarna weer op. Eventueel kunt u een list toepassen waardoor hij het speeltje zelf los zal laten, bijvoorbeeld aan de voordeur aanbellen, of rammelen met zijn voerbak in een andere ruimte. Natuurlijk lost u zo het eigenlijke probleem niet op. Vraag voor het oplossen van het probleem om een deskundig advies voordat u dingen uitprobeert, want bezitterige agressie wordt bij onjuist handelen vaak van kwaad tot erger!

Geschikte speeltjes voor de hond alleen zijn bijvoorbeeld (veilige) kauwbotten, speeltjes van zeer sterk rubber zoals de KONG. De KONG is een rubber speeltje in de vorm van een bijenkorf. Door zijn vorm stuitert hij allerlei onverwachte kanten op, anders dan een bal. Het speeltje is hol van binnen; dit geeft u de mogelijkheid om de binnenkant te vullen met lekkers. Als u dit zo doet dat de vulling er slechts met moeite uit kan worden gepeuzeld, dan kan uw hond zich een hele tijd met de KONG vermaken, bijvoorbeeld als hij alleen thuis moet blijven. De KONG is door zijn onverwachte stuiterbewegingen ook heel geschikt voor buitenspelletjes samen met u.

Ook een flostouw is een speeltje dat over 't algemeen veilig genoeg is voor een hond alleen en zich daarnaast leent voor spel samen met u (touwtrekken). Geef uw hond bij voorkeur geen speeltjes die exact lijken op uw eigen spullen, dus geen oude pantoffel als u wilt dat hij uw nieuwe pantoffels met rust laat!

Ook heel geschikt voor de hond om zich in zijn eentje te vermaken is de ACTIVITY BALL. Deze sterke plastic bal heeft een gaatje waardoor u brokjes in de bal kunt stoppen. De hond leert al snel dat er af en toe een brokje uit de bal valt wanneer hij actief met de bal bezig is. Ook honden die normaal gesproken geen belangstelling hebben voor een bal vinden de Activity Ball vaak geweldig!